De afbeelding met de marionettenspeler Stromboli kan op het digibord getoond worden.

De marionetttenspeler Stromboli heeft geen pop meer. De marionet is weg. Nu worden jullie marionetten. En jullie worden bijzondere marionetten want jullie bewegen niet door touwtjes maar door geluid. 

Spreek af welk lichaamsdeel de kinderen moeten bewegen als zij een geluid horen. 

De kinderen mogen in een kring staan met armen slap langs het lichaam.
Begin met twee soorten geluiden. Bijvoorbeeld een handklap en gefluit.
Horen de kinderen klappen dan doen zij hun linker hand omhoog totdat het geklap stopt. Dan mag de hand weer omlaag.
Horen de kinderen fluiten dan doen zij hun rechter hand omhoog totdat het gefluit stopt. Dan mag de hand weer omlaag.

Natuurlijk kunnen ook andere geluiden worden afgesproken.

Het bewegen van links en rechts zal voor jonge kinderen soms al best lastig zijn.

Varianten 

Er kan gevarieerd worden door de kinderen te laten zwaaien in plaats van de hand omhoog te doen.

Of door de linker knie en de rechter knie omhoog te laten doen of de voeten.

Verdiepingen

Vier of vijf geluiden afspreken.

Voor linker arm/hand, rechter arm/hand, linker been/voet, rechter arm/hand en hoofd draaien of knippen.

Voor oudere kinderen: verschillende toonhoogtes per lichaamsdeel.

Varieren in beweging:

– Zacht geluid = kleine beweging of langzaam bewegen

– Hard geluid = grote beweging of snel bewegen

Variant 

Kinderen als poppenspelers

Deel vijf instrumenten uit aan vijf kinderen.

Spreek af welk instrument bij welk lichaamsdeel hoort.

De leerkracht of één kind is de marionet.

De kinderen met instrumenten zijn de poppenspelers. Zij moeten goed samenwerken, niet allemaal tegelijk spelen, maar afstemmen wie wanneer een geluid maakt.

De marionet beweegt op wat hij/zij hoort.

Na een tijdje mag wisselen de rollen en mogen andere kinderen de poppenspelers zijn en de marionet.

Extra: sluit af met een kort vrolijk muziekje: dan mogen alle marionetten “tot leven komen” en vrij bewegen.

Benodigdheden

Dit kan met kleine muziekinstrumenten of andere dingen die geluid maken. Bijvoorbeeld:

  • Fietsbel
  • Ander belletje
  • Feesttoeter of andere toeter
  • Fluit
  • Trommel
  • Sambabal of blikje met rijst
  • Knijpbeest
  • Triangel

Het kan ook zonder voorwerpen/instrumenten: door zelf te fluiten, klappen, stampen, vingerknippen, neuriën, dierengeluiden te maken etc.

Voor een verdieping kan een muziekinstrument gebruikt worden (eventueel een digitaal / online instrument) waarop 5 toonhoogtes gespeeld kunnen worden.