Pinokkio liegt
Wat gebeurt als Pinokkio liegt? Dan groeit zijn neus.
We gaan praten over het verschil tussen liegen, vergissen en fantaseren.
Start het kringgesprek
Doelgroep: 6+ (startvragen)
Wat is liegen?
Liegen is als je weet wat waar is, maar je zegt expres iets anders.
Voorbeeld:
- Je hebt een koekje gepakt.
- Mama vraagt: “Heb jij het koekje gepakt?”
- Jij zegt: “Nee.”
- Dan is dat liegen, want je weet dat je het wel hebt gedaan.
Waarom lieg je soms? Omdat je bang bent voor straf.
Wat is vergissen?
Vergissen is als je iets zegt dat niet waar is maar je dacht dat het wel waar was.
Voorbeeld:
- Je denkt dat je jas in de gang hangt.
- Papa vraagt of je jas in de gang hangt.
- Jij zegt “Ja.”
- Later blijkt hij in je kamer te liggen maar dat wist je niet meer. Dit is vergissen.
Iedereen vergist zich wel een en dat is niet erg.
Wat is fantaseren?
Fantaseren is iets bedenken wat niet echt is, maar wat je verzint voor een verhaal of spel.
Voorbeelden:
- Ik ben een draak.
- Er woont een eenhoorn in mijn kamer.
- We gaan met een raket naar huis.
Dat is geen liegen of vergissen maar is fantaseren.
We gaan het uitproberen. Ik zeg iets en jullie mogen raden (bijvoorbeeld):
- Er woont een olifant onder mijn bed. (fantaseren)
- De papa van … kind uit de klas is 32 jaar? Vragen of het klopt. (vergissen)
- Ik dacht dat het vandaag woensdag was. (vergissen)
- Mijn kat kan praten als iedereen slaapt. (fantaseren)
- Ik ben nu niet aan het praten. (liegen)
- Ik dacht dat jij mijn potlood had. (vergissen)
- Ik kan vliegen als ik heel hard ren. (fantaseren)
- Ik ben vandaag 100 jaar geworden. (liegen)
- Ik slaap hier ’s nachts in de klas. (liegen)
- Ik dacht dat we gym hadden. (vergissen)
- Mijn boterham veranderde in een pannenkoek! (fantaseren)
- Ik heb groene ogen (terwijl je blauwe ogen hebt) (liegen)
Vraag telkens na de zin:
Wie denkt: liegen?
Wie denkt: vergissen?
Wie denkt: fantaseren?
Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Dan kan een zin fantaseren of liegen zijn. Soms lijken vergissen en liegen ook op elkaar. Dat is nog moeilijk voor kinderen. En dat kan en mag dus.
Afsluiting
Wat heb jij nodig om je begrepen te voelen?
Sluit het gesprek af met een korte samenvatting
Begrijpen gaat niet alleen over taal, maar ook over aandacht, kijken, luisteren en proberen.
Informatie voor de leerkracht
In een onderzoekend gesprek leren de kinderen van elkaar – van elkaars ervaringen, ideeën en verwondering.
De leerkracht is gespreksleider en faciliteert het gesprek door vragen te stellen en een veilige, respectvolle dialoog te waarborgen.
Een paar tips:
Spreek af dat de kinderen mogen vertellen wat zij denken, weten en voelen, en dat alle antwoorden altijd goed zijn;
Hanteer enkele gespreksregels zoals ‘Steek je hand op als je iets wilt vertellen’ en ‘Als een ander praat, luister je stil en aandachtig’;
Laat je eigen mening en kennis buiten het gesprek. Luister zonder oordeel naar de kinderen en waardeer hun ideeën (ook als ze anders zijn dan je verwacht).