Start het kringgesprek

Doelgroep: 4+

Stel één of meer ervarings- en belevingsvragen, bijvoorbeeld:

In de voorstelling komen Ollie Trollie en Mannetje Lampenkap voor.

  • Wat is een trol eigenlijk? Hoe ziet een trol eruit?
  • Wie kende al een trol uit een boek of film?
  • Waar zou een trol kunnen wonen?
  • Bestaan trollen echt?

En dan Mannetje Lampenkap:

  • Wat is Mannetje Lampenkap eigenlijk? Is het een mens? Een trol? Een dier? Of iets heel anders?
  • Bestaat een Mannetje Lampenkap echt?
  • Wie zou Mannetje Lampenkap bedacht hebben?
  • Kun je zelf ook iets bedenken dat niet echt bestaat?

Echt of fantasie?

Fantasie is iets wat je zelf kunt bedenken. Het hoeft niet echt te bestaan. In een verhaal kan alles: een trol kan op reis gaan, een lampje kan praten en er kan zelfs een Mannetje Lampenkap bestaan.

Noem een paar dingen. De kinderen mogen zeggen: echt of fantasie.

Een hond
Een trol
Een vleermuis
Een Mannetje Lampenkap
De maan
Een draak
Een glimworm
Een pratende boom
Een oma
Een vuurtoren
Een lampje dat kan praten

Afsluiting

Op het einde van het verhaal zijn Ollie en Mannetje Lampenkap samen bij Ollie thuis. We kunnen nu samen bedenken, fantaseren, dat zij samen gaan spelen en wat zij gaan doen.

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Informatie voor de leerkracht

In een onderzoekend gesprek leren de kinderen van elkaar – van elkaars ervaringen, ideeën en verwondering.

De leerkracht is gespreksleider en faciliteert het gesprek door vragen te stellen en een veilige, respectvolle dialoog te waarborgen.

Een paar tips:

Spreek af dat de kinderen mogen vertellen wat zij denken, weten en voelen, en dat alle antwoorden altijd goed zijn;

Hanteer enkele gespreksregels zoals ‘Steek je hand op als je iets wilt vertellen’ en ‘Als een ander praat, luister je stil en aandachtig’;

Laat je eigen mening en kennis buiten het gesprek. Luister zonder oordeel naar de kinderen en waardeer hun ideeën (ook als ze anders zijn dan je verwacht).